Hoera, Op Ruwe Planken bestaat dit jaar liefst 15 jaar – nog even en we worden zelfs volwassen! We trappen dit lustrumjaar af met de webserie ‘Vijftien jaar Op Ruwe Planken’, waarin (oud-)redacteuren herinneringen ophalen aan hun tijd in de redactie en aan één tekst in het bijzonder. Dit is de 15e en allerlaatste aflevering, met daarin Linda van der Pol over ‘Het alomvattende bijna’ uit ORP 13.1.

Weinig tijdschriftredacteurs kunnen zeggen dat zij íeder exemplaar van hun boekje door hun handen laten gaan. Maar wij, daarentegen. Bij Op Ruwe Planken drukken we onze nummers al vijftien jaar eigenhandig. Eerst bakkeleien we avond na avond over de inhoud van ons nummer — the best of alle ingezonden kopij. De eindredacteur zeeft spaarzame dt-fouten en dubbele spaties uit de tekst, onze vormgever rangschikt het geheel. Vervolgens duiken we met z’n allen de Nijmeegse drukkerij Extrapool in, waar we zelf achter de machines kruipen.

Eerst drukken we van iedere pagina zo’n driehonderdvijftig stuks, voor- en achterkant. Gemiddeld genomen gaan er zo’n 24 A5’jes in een boekje — dus daar zitten we dan, temidden van 8400 losse blaadjes en nog eens 350 omslagen.

De moed verliezen we nooit, al zijn we de wanhoop regelmatig nabij wanneer er vergaard moet worden: met ‘behulp’ van een vrijwel onhandelbaar apparaat leggen we de papieren op volgorde.

Soms vergeet het ding een pagina.

Soms spuugt hij de bladen iets te hard uit en kunnen we ze van de grond vegen.

Soms, als je zelf afdwaalt met je gedachten, vergeet je de juiste pagina’s in het ding te stoppen en tuft het tien onvolledige boekjes uit.

Horendol word je ervan.

Maar liggen ze er eenmaal, honderden foutloze stapeltjes papier, dan hoeven we ze enkel nog in de lijmmachine te mikken. Nooit vergeet ik hoe ik mijn eerste nummer, 13.1, keer na keer na keer van de band zag rollen: met de prachtige blauwe omslag was het alsof er zich die middag in Extrapool een oceaan ontvouwde.

Veruit de geestigste tekst in themanummer Donkere Materie werd geschreven door Bart Bruijnen — en het kan haast niet anders dat ik, die avond na het drukken, een grote pan paella op tafel heb gezet.

——————–

Het alomvattende bijna
Bart Bruijnen

Henks droom was het Working class hero van John Lennon op zijn arm te laten tatoeëren, maar door zijn vrijetijdsbesteding was de kans altijd groot dat hij een deel van zijn arm kwijt zou raken en een halve songtekst op zijn arm vond hij heiligschennis. Een droom van Ingrid was het ooit in een droom van Henk voor te komen.

Toen Henk thuiskwam was Ingrid juist paella aan het kapotmaken.
‘Eten we geen paella vanavond?’, vroeg Henk.
‘Nee, inderdaad’, zei Ingrid.
‘Bah, gisteren aten we ook al geen paella.’