Brief van een Belg aan Koningin Beatrix

Hare Majesteit de Koningin
Paleis Noordeinde (Postbus 30412)
2500 GK ’s-Gravenhage

Antwerpen-Berchem, 1 juni 2008.

Majesteit,

Mijn stoutste schoenen heb ik aangetrokken om dit voorzichtige schrijven aan te vatten, nog liever deed ik het op kousenvoeten. Maar de zaak die me enigszins nauw aan het hart ligt, wil ik bij u – moest u niet teveel andere dingen aan het hoofd hebben, een mens heeft er immers maar één – kwijt.

Het gaat om uw jongens. Ik wil u waarschuwen. Waarschuwen om uw jongens. Ik weet niet hoe ze bij u, in uw tochtige paleis, worden genoemd, maar uw knullen of knapen moet u in het oog houden.

Uiteraard begrijp ik dat zulke insinuaties van een onhandige Vlaming aanstootgevend, of godbetert idioot kunnen worden opgevat, maar het loopt nu eenmaal zo dat uw knullig blozende jongens met varkenswangen en blonde krullen, als u mij toestaat Beatrijs, gevaarlijke plannen in het hoofd halen. Daarvoor wil ik u waarschuwen.

Uw, naar ik vernam, voorbeeldige en stevige jongens kwam ik vandaag in station Antwerpen-Berchem tegen. Ze vroegen mij de weg, naar ‘het platteland, ja, waar de tuinwinkels zijn’. Tot daar nog alles goed, mijn beste Beatrijs, maar dan! ‘We komen vuurwerk halen’, zeiden ze, ‘ja, lekker fikkie steken! Weet je toevallig de weg naar de tuinwinkels, hebben ze vuurwerk weet je wel.’ Uw blozende knapen zagen er hoogstens dertien uit, Beatrijs, en zulke jongens komen woensdagnamiddagen vuurwerk zoeken in ons land. ‘We komen van Gggrrroningen, ja Gggrrroningen. Heus niet zo ver hoor!’ Ik heb hen verzekerd dat ik van geen vuurwerk wist, dat ik het nooit kocht, vuurwerk, waarop ik ze het centrum aanraadde, voor ‘een bakkie friet’.

Ze zijn weer vertrokken, majesteit, ze doken de stationstunnel in en ik heb ze nooit meer gezien. Dat wilde ik u enkel vertellen, mijn beste Beatrix, dat het de foute kant opgaat met die jongens van u. Ze hollen maar wat.

U moet het ze dringend vertellen, uw jongens, dat het juni is, en warm. En dat vuurwerk het best knalt met Kerstmis. Misschien kunnen ze dat weer leren op school; de feestdagen. Ik ken uw dagen hoor, eind april staat al lang aangekruist op mijn kalender.

Met de meeste hoogachting en de warmste groeten,

Maarten Inghels

Maarten InghelsIn het kader van de op 24 juni te verschijnen bundel van Op Ruwe Planken, met als thema ‘De Belgen komen’, schrijft Maarten Inghels als Belg vier fictieve brieven aan Nederlanders. Maarten is medebezieler van het literaire theatercollectief ‘Collectief Wolf’ dat vele omzwervingen kende met dadaïstische tekstperformances. Publiceerde poëzie in diverse tijdschriften en studeert Nederlands, theater- film- en literatuurwetenschappen aan de Universiteit van Antwerpen. Hij werkt momenteel aan zijn debuutbundel die – als alles goed gaat- in de Sandwichreeks onder redactie van Gerrit Komrij zal verschijnen. Meer Maarten Inghels.