Brief van een Belg aan de Kerrevennederlander

Beste Kerrevennederlander,

We zien elkaar vaak in het buitenland. Frankrijk, Spanje en zelfs Italië. Soms doen jullie ze allemaal in één grote ruk. In de zomer lijkt er een enorme oranje zwaluwtrek over de Belgische wegen te trekken, dan sjezen jullie voorbij met een kerreven (mét chemisch toilet, mét garderobekast, mét 9m opbergruimte, …) aan jullie staart. Een huis op wielen dat jullie liever meenemen behoudens gewoon een vakantiehuisje te kiezen uit de glimmende catalogus. Maar ik begrijp het; een huis is iets dat je graag gauw bij de hand hebt.

Voor het schaamrood op mijn wangen moet ik bekennen dat ik nog maar één keer echt op vakantie in Nederland ben geweest (buiten de stadstripjes naar Amsterdam die vaak in een zucht en vier boekenwinkelbezoeken voorbij waren). Het was in Friesland. Tien jaar moet ik geweest zijn. Mijn ouders huurden een vakantiehuisje (kindvriendelijk + fietsen op de Friese dijk voor een schappelijke prijs!) tussen de kerrevens. Ik begreep jullie land toen helemaal niet zo goed meer. We zaten in Nederland, toch? Hier spraken ze een andere taal!

In De Standaard stond dit weekend – na het grote Walenonderzoek – nu ook de grote Nederland-België vergelijking. Ze lieten Bart Peeters taterwateren (zoals jullie Paul De Leeuw als ADHD-sprinkhaan hebben) over de Nederlanders. Er werden allerlei verschillen opgesomd tussen dé Nederlander en dé Vlaming, maar vooral; hoe we op elkaar gelijken. En verder wil minister Bourgeois dat de Nederlandse en Vlaamse televisieomroepen stoppen met elkaars programma’s te ondertitelen. Wat een gekheid. Het lijkt alsof men nu pas naar elkaar kijkt en bedenkt dat we eigenlijk wel wat gemeen hebben. En inderdaad. We zijn goede buren, we moeten wat meer een ei of een bus melk van elkaar lenen.

Beste Kerrevennederlander. Ik zal er deze zomer staan, mét oranje spandoek en toeters. Op de brug over de ring van Antwerpen zal ik gillend uw zwaluwtrek aanmoedigen; ‘Hup Oranje Hup, Welkom in ons land.’

Uw supporter,
Maarten

Maarten InghelsIn het kader van de op 24 juni te verschijnen bundel van Op Ruwe Planken, met als thema ‘De Belgen komen’, schrijft Maarten Inghels als Belg vier fictieve brieven aan Nederlanders. Maarten is medebezieler van het literaire theatercollectief ‘Collectief Wolf’ dat vele omzwervingen kende met dadaïstische tekstperformances. Publiceerde poëzie in diverse tijdschriften en studeert Nederlands, theater- film- en literatuurwetenschappen aan de Universiteit van Antwerpen. Hij werkt momenteel aan zijn debuutbundel die – als alles goed gaat- in de Sandwichreeks onder redactie van Gerrit Komrij zal verschijnen. Meer Maarten Inghels.