Henk van Straten (1980) schreef de roman “Ik Ben De Regen” (publicatie eind deze maand bij Lebowski Publishers) en het kinderboek “Zwarth”. Deze maand levert hij iedere week een Podium-bijdrage aan Op Ruwe Planken.

Of ik vier weken achter elkaar een stukje wil schrijven. Mag over alles gaan. Graag zo rond de 350 woorden als het kan. Hm, dat klinkt als… ruikt naar… proeft als… Een column! Nee! Lieve Jezus op een zompig grasveldje in de hemel NEE! Alles behalve een column! Alles behalve het medium dat door legioenen derderangs BN-ers en andere truttige koekenbakkers met zoveel pikken tegelijk is uitgewoond, dat er niet veel meer van over is dan een bleke, smaakloze gatenkaas. De column: het doe-het-zelfgemaakte lappendekentje van de journalistiek. De zure kots van nietszeggend Nederland.

Rustig, rustig, RUSTIG nu even…  Vier opeenvolgende stukjes tekst constitueren nog geen column. Dat weet iedereen, en dat is wat ik mezelf herhaaldelijk zal blijven zeggen tijdens het schrijven ervan. En wat zijn 350 woorden nu helemaal? Ik zit nu al aan de 137 (exclusief het getal 137). Een daarbij ben ik ook niet van plan een opinie te geven over mijn relatie, de nieuwste show van Robert ten Brink of een Madonna concert – fenomenen waar de moderne column zo graag haar laffe vingertjes om vouwt. Nee, ik ga überhaupt geen mening geven. (Behalve dan die van zojuist, over de column. Maar dat telt niet. Dat was gewoon even warmlopen). Meningen zijn namelijk voor mensen die het zelf eigenlijk ook allemaal niet zo goed weten.
Dus!
Dus houd ik me, nogal inspiratieloos, bij hetgeen geopperd werd door Op Ruwe Planken in hetzelfde emailtje dat het verzoek tot deze nu al gevaarlijk kanteldende onderneming bevatte. En dat is, jawel, de weg naar de uitgave van mijn eerste roman, Ik Ben De Regen, en de moreel verwerpelijke, ziekelijk mediageile stunt (waar ik het hierna nooit meer over wil hebben, begrepen?) waarbij ik een personage te koop aanbood middels een veiling op Ebay, en waardoor ik de luiers voor mijn zoontje sinds kort kan vervoeren in een gloednieuwe Citroën ZX (station, groen) uit 1997, in plaats van de ingedeukte Fiat Panda uit 1721 die ik hiervoor had. Poe! Wat een lange, rommelige zin! Zo zie je ze niet in de columns!
Ai, ik zit nu al aan de 349 woorden (geteld tot en met ‘de’). En nu alweer aan de 361, wat de gestelde limiet heimelijk, maar ruim overschreden heeft. Tot volgende week. (374!)