Proza fundament

Boeken lezen is voor mij een natuurlijke bezigheid. Het fotoalbum van mijn moeder staat vol met foto’s van een lezende Marcel. Misschien werd en wordt dit door anderen als vreemd gezien. Wat ik las was geen literatuur, maar strips, Karl May en sciencefiction. Die wereld van fantasie heeft zich voorgoed gehecht en zoekt een weg tussen de volwassen problemen. Het lezen van literatuur kwam pas later en voort uit de behoefte de jeugdige avontuurlijkheid op te tekenen.

Een verhaal is om in te dwalen, om lering van te trekken, om in weg te dromen en een spiegel te vinden. Althans, dat zijn verhalen voor mij. In literatuur, heb ik geleerd, kan alles een verhaal zijn en het gaat er meer om hoe het wordt geschreven dan wat er wordt verteld. Van de schrijver Stanislaw Ignacy Witkiewics heb ik geleerd dat een roman als een zak is waarin je kan stoppen wat je wilt. Van hem heb ik maar één roman gelezen, Onverzadigbaarheid, en inderdaad, alles zat erin, maar zoveel was ook weggelaten. Het was literatuur, want goed geschreven en over de diepere zaken des levens, maar het was ook avontuur en zelfs sciencefiction, want het betrof een fantastische toekomst die in het heden speelde.

Het was ook een verstikkend bijna misselijkmakend stukje schrijven. Dat zulke sterke reacties bij mij werden opgeroepen maakte het boek alleen maar beter. Ik zoek niet naar het mooie en gave leven in de fantasie. Het moet een grotere wereld zijn waarvan de rafels scherp blijken. Een wereld waarin de geest van de schrijver de lezer overweldigd met zijn of haar boodschap. Ik wil de onbekende wereld binnenstappen, reizen met de ondergrondse en vreselijke avonturen beleven, koude vrouwen beminnen, door de afgetrokken straten van Parijs in 1920 lopen. Wat ik bovenal ook wil is voelen hoe het voor die mens moet zijn om in zijn of haar tijd te leven. Ik wil iets terugvinden van wat iemand en zijn tijd bezighield. Ik wil het gevoel hebben de vinger aan de opengesneden pols te houden. Bloed moet stromen, gulpend en sputterend. De tijd is maar moeilijk te vangen. Soms gebruikt iemand een woord dat terugbrengt naar mijn jeugd, soms, bij een ander woord, gebeurt er niets. Wat verbind mij met het Berlijn van 1890?

Het gaat altijd om de juiste woorden, de juiste zinnen en details. Al het andere wat de schrijver niet wil vertellen hoeft niet te worden geschreven. Verbeelding doet de rest. Er worden zoveel technieken om een verhaal te vertellen ontwikkeld en uitgevonden, een mens kan ze niet allemaal beheersen, maar men kan wel die zaken gebruiken die handig zijn om een bepaald verhaal te vertellen. Elk verhaal heeft zo zijn eigen eisen. Het is deze postmoderne rijkdom die de ene schrijver verlamt en de andere drijft tot virtuoze hoogstandjes gespeend van elk gevoel en urgentie. In de eeuwige strijd tussen vorm en vent geven velen de voorkeur aan vorm omdat het meestal zo moeilijk is om een vent te zijn. Natuurlijk heeft een vent zonder vorm geen belang. Wie wil er nou vormloze hoop stront lezen? Maar wat heeft vorm te zeggen als er geen vent in zit? Het is dan een levenloos staketsel in een leeg landschap.

Ik eis van de schrijver dat hij of zij gelooft in het vertelde. Dat was in ieder geval iets wat de oude sciencefictionschrijvers van de jaren vijftig goed deden. Misschien konden ze lang niet altijd goed schrijven, en geloofden ze niet in schrijven an sich maar ze geloofden in een toekomst voor de mensheid. Misschien kan ik dat specifieke geloof niet delen, maar in ieder geval herken ik hun vuur en verlangen. In ieder geval was het niet enkel vermaak. Een ander woord voor geloof zou in dit geval overtuiging kunnen zijn.

Er zijn zoveel mogelijkheden, er is zoveel kennis, techniek en vrijheid in voorbijgegane tijden verzameld, waarom zou ik dat als schrijver negeren? In plaats van een amoreel speel met intertekstualiteit streef ik liever naar het oprecht doordringen tot een soort van kern. Niemand kan in een of twee woorden vertellen wat die kern is. Niemand kan bewijzen dat er een kern bestaat. Een kern waarvan, kan men gerust vragen. De kern van het menszijn. Tenslotte draait alle kunst, groot of klein, kitsch of pulp, om de mens. Onze verlangens, behoeftes, angsten, dromen, noem maar op. Alles wat ons als mens bezighoudt is onderdeel van kunst en alles wat in een roman besproken wordt is onderdeel van het menszijn. De manier waarop ik iets schrijf is hoe het begrepen zou moeten worden. Als ik over cowboys of soapsterretjes schrijf verraad ik misschien een dieper verlangen en zij die dat lezen en ervan genieten delen in dit verlangen en verlangen het misschien ook. Is de mens een mysterie? Het is in ieder geval iets om te streven naar het ontdekken van wat er achter het mysterie ligt. Dat is alles wat we kunnen doen en als iemand dat te weinig vindt, kijk dan verder. Het plaatje kan nooit compleet worden, de meningen zullen elkaar altijd tegenspreken, de mens kan nooit echt uitgelegd worden, maar iets van de sluier oplichten, iets van die werkelijkheid tonen, van die kern, dat ligt binnen de mogelijkheden van de kunstenaar.

Ik leef niet in de literaire wereld. Ik ben zelfs als leraar tekenen opgeleid en heb jaren enkel geschilderd. Ik kijk al sinds mijn jeugd televisie van de meest uiteenlopende soort, ik houd van sommige films net zoveel als van sommige boeken. Mijn muziek is gitaarbands van de ruige alternatieve soort. Internet geeft mij nieuwe manieren van communiceren en brengt de wereld dichterbij elkaar. Tegelijk benadrukt het de grens van de tijd door de tijdzones. Het nieuws sijpelt door elke kier mijn huis binnen. Ik kan verkiezen af te sluiten of toegang te verlenen. Ik denk na over politiek, wetenschap en roddels. Ik probeer te doorgronden en te begrijpen wat op me afkomt. Ik word uitgedaagd om een antwoord, een leefwijze, een denken te ontwerpen. Ik leef in deze wereld en vertegenwoordig die. Ik spiegel wat er gebeurt, zowel in mijn hoofd als in de rest van de wereld. Een levend en ademend mens in een levende en ademende literatuur. De volgende week zou ik graag iets van mijn proza willen laten lezen.

Marcel Ozymantra (1970) heeft een roman geschreven en is op zoek naar een uitgever. Hij heeft korte verhalen en gedichten gepubliceerd in o.a. Krakatau, Deus ex Machina, Parmentier, Lava Literair, Op Ruwe Planken en opgetreden bij o.a. Onbederfelijk Vers, VPRO de Avonden en de Museumnacht. Zijn muzieksmaak is te vinden op http://www.last.fm/user/RubenOvaal. Facebook onder Ozymantra.

2 thoughts on “De maand van Marcel Ozymantra (3)

  1. “Mijn muziek is gitaarbands van de ruige alternatieve soort. Internet geeft mij nieuwe manieren van communiceren en brengt de wereld dichterbij elkaar”.

    Bonk.

Comments are closed.